Algemene Informatie

Insecten

Stuur ons een emailDeze pagina afdrukken

Zuringhaantjes
In Nederland komen twee bladkeversoorten voor, namelijk de Groene Zuringhaan (G. polygoni) en de Tweekleurige Zuringhaan (Gastrophysa viridula). De eerste is 4-6 mm lang en goudkleurig-groen. De tweede is iets kleiner, donkerblauw tot groenachtig van kleur en heeft een rood halsschild.
Beide soorten overwinteren als imago in de grond bij de waardplanten op een diepte van 5-15 cm. In de eerste helft van mei komen zij tevoorschijn. De eitjes worden op de onderzijde van de bladeren afgezet. De Groene Zuringhaan kan bij een optimum-temperatuur van 15C per wijfje gemiddeld 100-1000 eitjes leggen.
Bij de Tweekleurige Zuringhaan bedraagt dit aantal bij een optimale temperatuur van 25C 400-700. Gewoonlijk zijn er twee generaties per jaar. De larven en kevers vreten grote, onregelmatige gaten in de bladeren. Deze bladbeschadiging leidt bijna nooit tot echte schade.
Bietecysteaaltjes (Heterodera Schachtii Schidt - wit bietecysteaaltje - en heterodera trifolii Goffart f.sp. betageel bietecysteaaltje)
Vaak treedt daarbij pleksgewijs slechte groei op; soms echter op het hele perceel vertraagde groei, gepaard gaande, en een aanzienlijke opbrengstreductie. Het wortelstelsel is soms baardig en aan de wortel zitten cysten. 
Bestrijding: Gn bieten, kroten, spinazie (zomer- en herfstteelt), kool, koolraapgewassen en rabarber als voorvrucht telen.
Stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) en Destructoraaltje (Ditylenchus destructor)
Aaltjes dringen vanuit de grond de plant binnen in de zone onder de zijknoppen, waardoor rotting ontstaat. Het onderste deel van de bladstelen wordt eveneens aangetast. De stelen zwellen iets op en het weefsel maakt een vermolmde indruk. De planten vallen uiteindelijk weg. Men kan aaltjesaantasting voorkomen door gezonde stekken op een niet besmette grond uit te zetten. Bemonstering op aaltjes van nieuw aan te planten percelen is een eerste vereiste.

Rondleiding :: 

terug 

|

verder

.